zorg dragen
- 8 jan 2023
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 15 jan 2023

Het is 8° buiten, droog met een koude wind. Ondanks dat de zon op is is de maan nog zichtbaar achter de wolken boven de Schelde. Wit en vol. De aanwezigheid van de maan voelt aangenaam. Ik weet niet of ik het juiste woord zou kunnen vinden voor het gevoel dat ik heb telkens ik ze zie. Troost, soelaas, warmte of herkenning?
Het gevoel dat zolang we de maan kunnen zien, alles in orde is. Zou daar een term voor bestaan?
Wanneer ik tegen de wind in fiets en in het park aan de wijk aankom, ben ik helemaal alleen.
Geen mensen, geen duiven en geen honden.
Toch voelt het goed. Niet eenzaam, niet alleen.
Ik plaats de camera tegen een boomstam van één van de populieren. Dit keer met het zicht vanuit de wijk, op het park. In beeld staat de grote schouw van het warmtenet.
Warmtenet.
Het zou een mooie benaming kunnen zijn voor een netwerk aan menselijke warmte en verbinding.
Laat dat mijn wens zijn voor u allen. Een diep en geworteld warmtenet om je heen.
Ik wind er geen doekjes rond. Dit wordt een korte blogpost. Ik ben blij in de wijk te kunnen zijn. Het voelt fantastisch om in de buitenlucht te kunnen bewegen. Mijn lichaam en hart is ontzettend dankbaar. Dat voel ik vanaf de eerste seconde. Wanneer ik begin te bewegen, begint ook de wijk te bewegen. De honden worden uitgelaten, de mensen gaan naar de bakker, de joggers beginnen aan hun route. Alsof alles start om 9u. Het voelt als een verrukkelijk voorrecht om hier deel van uit te mogen maken. Als een collectief ontwaken en een gezamenlijk zorgdragen voor de mentale en fysieke toestand van de wijk. Bovendien is mijn kritische vriend, Hans ook aanwezig en maakt hij vandaag foto's van mijn sessie. We hadden dit niet afgesproken, maar hij is een beetje de extra observator die boven mijn onderzoek zweeft om met een neutrale blik een oogje in het zeil te houden. Ik ben dus erg blij met zijn aanwezigheid.
Maar hoezeer ik het ook belangrijk vind en er tegelijk van geniet om hier met ons allen aanwezig te zijn, mijn aanwezigheid wordt op dit moment ook elders verwacht.
Namelijk thuis.
Mijn dochter heeft deze week een dubbele kaakoperatie gehad en herstelt thuis. Dit herstel is niet mals en heeft veel zorg nodig. Zorg die ik haar als ouder heel graag bied. Daarom dat ik me heb voorgenomen deze sessie maximaal een half uurtje te laten duren. Kort maar krachtig. Ergens helemaal vanachter in mijn hoofd sluimert er een gevoel van schuld. Iets met niet eerlijk kunnen verdelen en het euvel van vorige week dat nog niet helemaal verwerkt is langs mijn kant. En misschien ook nog de gewaarwording van mijn eigen nonchalante houding tegenover de serendipiteit die zich vandaag zo mooi manifesteert. Hans komt geheel toevallig tijdens deze sessie in contact met de man met de hond. Hier zou ik ruimte en aandacht aan willen schenken. De tijd ontbreekt me echter en daardoor blijft het een vluchtige toevalligheid. Dat vind ik uiterst jammer. Maar het is het universum dat dit nu zo voor me bepaalt. En nee, dit gebruik ik niet als uitvlucht. Ik ga bewust om met mijn tijd en word gewoon snel weer thuis verwacht.
Het doet me denken aan het boek van Ruth Soenen dat ik nu aan het lezen ben. (Soenen, 2006)* Ruth Soenen is een antropologe en onderzocht tijdens de studie die in het boek weergegeven wordt, ontmoetingen en het sociale weefsel in de stad. De wijze waarop ze dat deed was door observaties in winkels, cafés, de openbare ruimte en op de tram. Ook ging ze in gesprek met mensen. Kleine gesprekjes over het leven van alledag. En diepere gesprekken met een selectie aan personen die ze overhield na haar observaties. Ruth heeft vier jaar aan dat onderzoek gewerkt. Ze begint het boek met het schetsen dat het als moeder en echtgenote niet zo gemakkelijk was om dit onderzoek te voeren. De verdeling van zichzelf over alle verschillende taken, de combinatie, was erg zwaar geweest. Voor haar en haar omgeving. Ik vind het heel stoer dat ze haar publicatie hier mee durft aan te vangen. En ik herken het ook. Ook al duurt mijn onderzoek nu (voorlopig) geen vier jaar. En waag ik er me niet aan me te vergelijken met een Doctor in de Sociale en Culturele Antropologie. Maar de combinatie van het leven en het onderzoeken is soms chaotisch, ondemocratisch en slordig.
Zo zou ik vorige week een week hebben met veel analyse en verwerking van al mijn data. Teruggetrokken in een gehucht, als garantie op een minimale verstrooiing. Maar het leven kwam ertussen met een echtgenoot die door zijn rug ging. Ik ging niet naar het gehucht en de analyse en verwerking ging niet aan het tempo en de hoeveelheid die ik voor ogen had. Deze week staat volledig in het teken voor de zorg over mijn dochter. En vanmorgen strompelde onze huiskat binnen met een scheef zwalpen en een opgetrokken poot. Hoezeer ik dus ook wil zorgdragen voor de wijk, haar bewoners en alle kostbare verbindingen binnenin en verder verspreid vanuit de wijk, dien ik mijn focus nu even te verleggen. En daarom vertrek ik hier vroeger dan anders.
Maar niet voor ik naar Mevrouw W. heb gewuifd.
De man met de hond vertrok vandaag met deze woorden; 'Tot volgende week zeker, he?'
Awel ja, zoals we hier in Antwerpen zeggen.
'Tot volgende week.'
Thuis verwacht het locale warmtenet mijn aanwezigheid en betrokkenheid.
* Bron
Soenen, R. (2006) Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad. Garant.






Opmerkingen