top of page

tempo

  • 22 jan 2023
  • 6 minuten om te lezen

ree

-1°

Het vriest maar net, toch voelt het erg koud aan. Wanneer ik met de fiets het pad naar het park oprijd, zijn er al een aantal wandelaars met hond aanwezig. Ik scan de omgeving op de man met de hond. Ik zie hem nog niet. Maar ik ben goed vroeg, dus ik vertrouw er op dat hij nog komt. Bij Mevrouw W. is het nog donker. De kerstboom is inmiddels ook weggehaald. De lichtjes zijn niet langer zichtbaar in de woonkamer.

Ik vind het spannend hier te zijn. Het voelt anders. Binnen het onderzoek dat ik voer als masterproef Kunsteducatie ben ik in de fase aanbeland dat ik de vergaarde data dien te analyseren. Zo'n analyse vraagt veel tijd en aandacht. Tijdens zo'n analyse probeer je de data tegenover elkaar te zetten, naast elkaar te leggen en de verhoudingen en verbanden tussen alles te ontdekken.


In de meest noordelijke wadi zie ik wilde eenden zitten op het water. Ik heb ze er nog nooit eerder gezien. Ze zijn met een stuk of 20. Een nieuwe groep bewoners in de wijk? De duiven cirkelen over de grasvelden. Ik vraag me af of ze de eenden als indringer ervaren.


Het lijkt me een mooie metafoor. De vreemde eenden in de bijt. Dat was ik ook in het begin van het onderzoek. Een vreemde eend, een indringer in de wijk. En misschien ben ik dat nog steeds, in de ervaring van een ander.


Voor de analyse ben ik afgelopen week vaker even terug gegaan naar het begin van dit onderzoek. Hierbij viel me op dat ik aan de start heel enthousiast en ongeduldig was. Hoe kon ik in contact komen met de mensen die ik wilde ontmoeten, spreken, laten participeren. Het kon niet snel genoeg gaan. Ik sloeg al half in paniek wanneer iemand niet meteen antwoordde op een mail of een spraakbericht. Maar het was juist goed dat ze niet antwoordden, dat het langer duurde dan ik verwacht had. Het leerde me geduldig zijn. Het leerde me wachten en kijken. Wachten en luisteren. Wachten en nadenken. Wachten en in vraag stellen. Wachten en bijsturen. Wachten en het anders bekijken. Wachten gaat niet snel. Je kan niet snel wachten. Wachten heeft tijd nodig.

Tijd, een woord dat vaak terugkeert in dit onderzoek. Toch is tijd niet het juiste woord. Gisteren had ik een gesprek met onderzoeksexpert Lonneke van Heugten. Zij ontwaarde drie mogelijke filters om mijn data doorheen te sturen. Filters die bepalen hoe je naar data kijkt. Vaak wordt er gezegd dat dat je trechters zijn. Waardoor de gegevens kleiner en essentiëler worden. Je gaat de gegevens 'trechteren'. Maar ik ben het niet eens met het woord trechter. Wanneer je een massa door een trechter stuurt, behoud je dezelfde massa. Heb je ooit verse chocolademousse door een trechter gestuurd om in kleine glaasjes te krijgen? Dezelfde massa van in de grote kom, komt in de kleine potjes terecht. Voor mij is dat herverdelen. Dat is niet hetzelfde als filteren om dan de essentie te ontwaren. Dus gebruik ik de term 'zeven'. En zo zie je dat de archeologie nooit echt ver weg is. Archeologen leggen hun opgegraven aardlagen in grote zeven en filteren zo het zand. In de zeef vinden ze na het zeven dat wat overblijft is. Dit onderzoeken ze, schatten ze naar waarde en borgen ze. Dit is kort door de bocht, maar niet onwaar. (zie blog van 4 december 2022) Maar dus terug naar de filters. Drie filters zag ze; lichaam, tijd en ruimte. Het lichaam en de ruimte zijn voor mij heel helder. Maar het bleef tijdens en na het gesprek bij me wringen bij 'tijd'.


*

Tijd 'periode; moment'

Tijd '(juiste) moment; tijdsduur; periode; keer; jaargetijde'

Grieks daíesthai 'verdelen'

Sanskrit dáyati 'verdeelt'.

Hierbij hoort ook Armeens ti 'tijd, ouderdom’


**

Tijd opeenvolging van ogenblikken; tijdsverloop, tijdsduur of tijdstip


En al voel ik dat wachten en geduldig zijn van me verlangt ergens tijd voor te nemen. Toch voelt tijd niet alsof het me past. Hoe vaak is niet tegen me verteld "Tijd heb je niet, tijd moet je maken." Ik ben het daar dus niet mee eens. Tijd gebeurt. Tijd gaat voorbij. Tijd overkomt je, wordt je gegeven. Maar je kan het niet maken. Je kan geen tijd fabriceren. Je kan het wel nemen en schenken. En ik heb veel tijd moeten nemen tijdens dit onderzoek. Tijd is wat ik ervaar wanneer ik wacht op de man met hond. Ik zie hem mijn in mijn richting wandelen. We hebben maar een heel kort babbeltje. Bijna enkel in het voorbijgaan. Er is niet veel tijd aanwezig bij de man. De tijdsspanne in elkaars aanwezigheid is zeer kort. En op het einde van de weinige zinnen, spreken we een tijdstip af. Namelijk volgende week. Dat tijdstip kan ik afleiden uit 'Tot volgende week.' Maar hij zegt ook nog iets anders. 'Blijven bewegen, niet stilstaan.' 'Het is koud' zeg ik. 'Daarom' zegt hij.


Het is in het bewegen dat de analyse schuilt. Vorige week stond ik stil. Dat was nodig om in een ander perspectief te komen. Ik ervoer het alsof het de brug was tussen data vergaren en de analyse. Nu ben ik eerder één van de cirkelende duiven. Ik vlieg op, kijk van bovenaf naar de data, zie de connectie tussen verschillende delen en strijk neer om deze te onderzoeken. Vorige week stond ik stil. Vandaag moet ik in beweging blijven. Het eerste wat ik doe met mijn lichaam is een stap zetten. Ik til mijn voet op, boven de grond met de kiezels, verplaats hem in een richting, zet hem terug neer en laat mijn lichaam die nieuwe plek ervaren. En dan is de grootte van de pas niet belangrijk. Maar wel de tijd die ik besteed aan het zetten van de pas, de aandacht waarmee ik die pas zet. En dan vind ik een beter woord dan 'tijd'.

'Tempo'


***

Tempo 'relatieve snelheid'

"Tempo" 'een zekere tijdspanne'

Ontwikkeld uit Latijn tempus '(geschikte) tijd, tijdspanne'

Temperāre 'maat houden'

Templum 'gewijde ruimte' - 'afgemeten ruimte'

Litouws tem̃pti 'trekken, strekken'


**** Tempo de betrekkelijke snelheid waarmee (een deel van) een muziekstuk wordt uitgevoerd


Vooral de gewijde ruimte en het strekken, de geschikte tijd spreken me aan. Hier zit voor mij meer essentie in. Door het trage tempo van mijn pas voel ik de kiezels onder mijn schoenzolen. Het tempo zorgt er voor dat ik me bewust ben van mijn gewichtsverplaatsing. Het tempo zorgt er voor dat ik ook tijd krijg om de koude wind te voelen die zich door mijn muts heen in mijn oorschelp kronkelt. Door het tempo zo laag te houden ontdek ik meer aan de omgeving, aan mijn lichaam en eigen zintuigelijkheid. Je krijgt andere informatie wanneer je op een traag tempo beweegt. En ik bewoog heel traag doorheen dit onderzoek. In het begin was dat frustrerend en probeerde ik tijd te winnen. Maar dat werkt dus niet. De wijk heeft haar eigen tempo. Je dient je als onderzoeker dus aan te passen aan dat tempo. Niet aan de tijd.

De bewoners vertelden me bijna allemaal dat de wijk nog nieuw was. Ook al bouwt de projectontwikkelaar al 10 jaar aan de wijk. Het tempo van de wijk ligt laag. En misschien is dat net goed.


Misschien betekent niet stilstaan vandaag een andere plek opzoeken. Een andere gewijde ruimte. Ik loop naar het ijs in de zuidelijke wadi. Wanneer ik mijn voet langzaam neerzet kraakt het ijs. Het is eigenlijk geen kraken. Het is een zeuren. Het kraakt wanneer ik mijn voet snel neerzet. En dit is een belangrijk verschil! Dus ik onderzoek, ik neem onder de loep:


Wanneer ik mijn voet zacht en langzaam, op een bewust laag tempo neerzet, ontstaan er scheuren in het ijs. Eerst één hele duidelijke. Maar deze scheur krijgt vertakkingen. Wanneer ik dit voorzichtig en traag doe, krijgen deze vertakkingen ook vertakkingen. Een netwerk aan scheuren en takken wordt zichtbaar in het ijs onder mijn voeten. Terwijl ik nog steeds door het ijs gedragen word.

Wanneer ik mijn voet snel neerzet op het ijs, heb ik minder controle, maar als vanzelf ook minder aandacht voor wat er met het ijs gebeurt. Het gaat stuk, er komt een gat in. Maar het tempo van mijn actie was zo hoog, dat ik het nauwelijks zie gebeuren. Ik zie het niet scheuren, ik zie een gat in het ijs. De afgescheurde delen verdwijnen in het water. Ik zie een gedeeltelijk resultaat. Enkel het gat. Een gat dat mij niet draagt, maar in het water laat vallen.


En het lijkt mogelijks futiel voor u. Maar voor mij ligt hier de essentie over het tempo van mijn onderzoek en over het tempo van het ontstaan van verbindingen in de wijk. Ja ik had graag allerlei workshops gedaan met bewoners, acties opgezet, praktisch aan de slag gegaan. Maar de wijk heeft mijn tempo naar beneden getrokken. En ik ben blij. Want ik heb door te moeten wachten, door traag en bewust stappen te zetten, de scheuren gezien, de pissebed, de paden, de kiezels, de eenheid, de verbindingen, het fragiel netwerk. Het tempo is heel bepalend geweest. En al zou ik het nooit van mezelf verwachten, ik ben blij en dankbaar dat het tempo laag was.

Traagheid is geen zonde, maar een zege.



Bronnen:



 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

+32485627236

©2021 door a.w.bruno. Met trots gemaakt met Wix.com

bottom of page