top of page

Kunsteducatie

  • 24 mrt 2022
  • 5 minuten om te lezen

ree

Het is stralend weer, ik hoef het je niet te vertellen. Over het effect op mijn humeur hoef ik ook niet uit te weiden. Het is een feit. Ik vind de plek op de Scheldekaaien in een drukke bedrijvigheid. Er ligt een rivier-cruiseschip aangemeerd aan de kade. De bemanning is druk in de weer met ligstoelen en krukjes. Alles wordt in gereedheid gebracht om de passagiers te kunnen laten genieten van de zon en het water. Het voelt een beetje gek om hier nu een balletles te doen. Ik voel schroom. Het voelt alsof ik wel heel erg bekeken word. En ik betrap me er op dat ik me afvraag of die passagiers me geen aansteller zouden vinden. 'Wat staat die daar nu te doen?' Vanmorgen vroeg had ik een soortgelijk gevoel. Een angst, een gevoel van tekortkoming. Ik leg uit. Deze sessie op de kaaien vandaag heeft een tweeledige invulling. Enerzijds kom ik zoals elke week het onderhoud met mijn lichaam aangaan en ga ik in connectie met de omgeving. Dit omdat het een diepe vorm van reflectie genereert die me inzichten bezorgt over mijn eigen beleving van het kunstenaarschap en welke weg ik hierin wil afleggen. Anderzijds zal ik een opname maken voor het Art Based onderzoek van Ellen van der Aart, De Binnenwereld. Ik stemde toe om mezelf te filmen tijdens een gedanst zelfportret. Hier zullen we dan later samen mee aan de slag gaan. Het onderzoek zal handelen over hoe ik mezelf ervaar als kunsteducator en hoe anderen me zouden kunnen ervaren. Dit onderzoek betekent veel voor me. Want uiteindelijk ben ik juist daar naar opzoek tijdens mijn opleiding aan Fontys. Het kunstenaarschap en het kunsteducatorschap ligt heel erg dicht bij elkaar voor me. En als ik eerlijk ben, weet ik niet honderd procent zeker of er wel een onderscheid is tussen de twee. En vandaag, hier op de Scheldekaaien komen de twee dus over- en in elkaar vloeien. Want ik dans een zelfportret. Ik dans over mezelf, in de openbare ruimte, met zonnebadende passagiers als toeschouwers. Er heerst een kwetsbaarheid waar ik het toch even heel moeilijk mee heb. Dwanggedachten die voorbijkomen zijn -maar misschien kan ik het niet goed genoeg?- -ben ik wel een danser?- -wat heb ik nu te vertellen?-

-wie ben ik om mezelf uit te drukken in dans?- -ik kan dit helemaal niet- Het is toch ongelooflijk dat ik, notabene ik die roept dat iedereen kan dansen, dat er geen lelijke bewegingen bestaan, dat elke vorm van fysieke expressie interessant genoeg is om naar te kijken zolang het met de juiste intentie gebeurt, nu deze angstgedachten heb. En toch zijn ze er. Waar komen ze vandaan? Ik hoef niet lang na te denken om een antwoord te weten op deze vragen. Elke vraag heeft hetzelfde antwoord. Tijdens mijn dansopleiding heb ik bijna nooit positieve feedback gekregen. Ik kreeg geen bevestiging, enkel werkpunten. En er werd me dagelijks nog even op gewezen hoe moeilijk het zou worden die werkpunten weg te werken. De zinnen die ik nu als kunsteducator zo vaak zeg tegen onzekere participanten of collega's, zijn de zinnen die ik zelf nooit te horen kreeg, maar zo hard nodig had. De leegte in mijn vat zelfvertrouwen heb ik opgevuld met succeservaringen in mijn latere carrière. Maar die zijn niet zo veelvuldig geweest. Dus het vat is nog steeds maar voor de helft gevuld. De andere helft is gevuld met moed, wilskracht en roeping. Deze laatste drie elementen zijn vrij bepalend voor de koers die ik nu al geruime tijd vaar. De koers die me op een dag hier op deze plek in het openbaar heeft doen belanden. Maar, hier en nu, daar gaat het hem net om. Dit is een belangrijk moment. Hier en vandaag dien ik mijn verantwoordelijkheid in handen te nemen en net wel aan de balustrade te gaan staan. Ik zet mijn schroom opzij en begin. Eerste positie, plié. Aan morren en zeuren heb ik niets. En wil ik zelf een kiezel verleggen binnen de te beklimmen berg, dan zal ik de handen uit de mouwen moeten steken en de kiezel beetnemen en verleggen. Wanneer ik aan het tweede deel van mijn opdracht begin en de camera opstel, komt er een klas 16jarigen aangewandeld. Zij nemen plaats op de lange betonnen bank. Nu voelt het helemaal als een optreden. Op de eerste rij zitten de tieners uit de klas, op het balkon zitten de reizigers van het schip. Inwendig klinkt mijn schaterlach. Ik betrap mezelf op wat ironische toespelingen naar mezelf toe. Maar ik ga voor de camera staan en dans. Met een half oor luister ik naar de omgeving, kijken kan ik niet, want de choreografie vergt een bepaalde focus. Ik voel dat ik wacht op reacties. Gelach, commentaren, stoerdoenerij... Maar er gebeurt helemaal niets van dat alles. In tegendeel. Het wordt stil. De zon schijnt, het water ruist, een meeuw vliegt over. Ik dans en probeer een verbinding te maken tussen een houten blok en een stuk drijfhout. Dit maakt deel uit van het zelfportret. De materialen komen uit het aangespoelde riet dat er nog steeds ligt. Het blok staat symbool voor een moeder en het drijfhout voor een kind. Deze twee ben ik ooit tegen gekomen tijdens een voorstelling van Theater De Spiegel die ik mee danste. De bewuste ervaring heeft toen een grote impact gehad op mezelf, maar ook op de band tussen de moeder en het kind. Ik heb mezelf toen als schakel gevoeld tussen de twee. Het werd me op dat moment duidelijk hoe krachtig kunst kan zijn en hoe een danser een fysieke geleider kan zijn tussen verschillende personen. Deze vorm van communicatie was nieuw voor me op dat moment. Vanaf toen ben ik me veel bewuster geworden van wat dans allemaal kan. Maar terug naar de omgeving van vandaag. Tijdens het dansen voel ik me wel bekeken, maar niet op de vervelende manier die ik me met enige zelfspot had voorgesteld. Er vindt een gezamenlijke beleving plaats. Ik geniet. Het spel met het houten blok en het drijfhout doet me de tijd vergeten. Er hangt een bijna tastbare concentratie in de lucht. Het gevoel van deze meditatie in beweging is verlossend.

De choreografie eindigt wanneer het blok en het drijfhout fysiek tegen elkaar aan liggen. Ik blijf nog even kijken naar de materialen en het beeld dat ze nu vormen. Wanneer ik na een poosje naar de camera wandel om de opname te bekijken, staan de tieners recht en verlaten de plek. Zonder gek gedoe, maar eerder langzaam en zorgvuldig. Een afscheid, geen woorden of gebaren. Wanneer ik de beelden bekijk, zie ik wat zij hebben gezien. Kunsteducatie, kunstenaarschap, kunst.

Ik besluit mezelf tevreden te stellen met deze eerste take. Niet uit gemakzucht, wel uit eerlijkheid. Een zelfde resultaat bekomen, zonder de gedeelde focus van de klas 16jarigen en hun verbazing, is gewoonweg niet mogelijk. De camera en het statief steek ik in mijn tas en een koppel komt hand in hand de plek binnengewandeld. De Scheldekaaien, het water en de lucht scheppen het kader voor hun romantiek. En ik besef dat de zon niet enkel voor mezelf schijnt vandaag. Het blok en het stuk drijfhout laat ik op de kade achter. In de hoop dat iemand anders er ook mee aan de slag gaat. En wat zou ik graag blijven zitten om dat spel dan te mogen aanschouwen. Maar ik weet ook dat dit niet zal plaatsvinden wanneer ik er op zit te wachten en te hopen. Dus verlaat ik deze fantastische plek, deze speelzone, dit danslabo en draai de hoek om. Vol vertrouwen dat de volgende persoon zal stilstaan bij de verwondering over een blok en een stuk drijfhout...




Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

+32485627236

©2021 door a.w.bruno. Met trots gemaakt met Wix.com

bottom of page