top of page

gemeenschappelijk

  • 29 jan 2023
  • 6 minuten om te lezen

ree

Het is 1° wanneer ik op de fiets zit richting het Nieuw Zuid.

Ik kan de jas van mijn dochter niet gebruiken en ik maak me zorgen over de temperatuur. Maar wanneer ik in beweging kom, voel ik dat het wel meevalt. Soms voelt 1° graden heel koud aan, andere dagen niet.

Het aanvoelen van een temperatuur is een subjectief gegeven.

Ook al kan ik heel objectief aan jullie meegeven dat de buitentemperatuur exact 1° meet, toch vult ieder het gevoel en de ervaring rond die 1° anders in.

Het vermelden van de temperatuur lijkt een onbenullig detail. Maar dat is het voor mij niet. Deze temperatuur heeft een invloed op mij, op de wijk en op het onderzoek. Wanneer het heel erg koud is, of heel erg koud wordt aangevoeld, want hoe koud het aanvoelt is een subjectief gegeven, blijven er veel meer mensen binnen.

De kans elkaar te ontmoeten wordt gelijk al veel kleiner.

Dat mijn onderzoek plaatsvindt tijdens de koudste maanden van een kalenderjaar, heeft een enorme invloed op de data die ik genereer en later analyseer.

Ook het gemoed van de mensen die ik spreek wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur. Maar ook dat van mij, als onderzoeker. Ik kan niet ontkennen dat ik me beter in mijn vel voel wanneer de omgeving warmer aanvoelt. Het dansen gaat fysiek ook beter wanneer de omgeving warm genoeg is. Voor mijn persoonlijk is tussen de 12° en 21° ideaal. °1 komt niet in de buurt. Maar ook mentaal heeft het een invloed.

Een voorbeeld: Toen de afgelopen maanden de energieprijzen de hoogte inschoten, hebben ook wij de verwarming thuis naar beneden gedraaid. We probeerden eerst een kamertemperatuur van °16 in de woonkamer. Maar algauw kwamen we er achter dat dit geen aangename temperatuur was om in te verblijven. Veel hangt natuurlijk af van de ruimte en de isolatiemogelijkheden. Maar wij wonen in een oud huis waar er altijd wel ergens een zuchtje tocht is. Na twee weken hebben we de temperatuur op °18 gezet en dat voelde meteen veel beter. De 16° tastte ook ons gemoed aan. We werden norser en korter tegenover elkaar. De puber verdween ook uit de woonkamer en vatte post onder dekens van haar bed in de slaapkamer. Zij isoleerde zich dus ook echt fysiek. Dit had dan weer een gevolg op mijn mentale welzijn, want ik miste haar aanwezigheid.

Kortom, de koude doet wat met ons. Dat is niet gek. Er bestaat zelfs zoiets als een winterdepressie of 'seasonal affective disorder'.* Meestal word een SAD (afkorting voor Seasonal Affective Disorder) gelinkt aan wat het ontbreken van licht doet met de hormonen in je lichaam. Maar volgens mij wordt er iets anders over het hoofd gezien. Iets heel menselijk essentieel.

Doordat het kouder is, kom je minder snel buiten. We isoleren onszelf niet enkel letterlijk tegen de koude, we isoleren onszelf ook van de aanwezigheid van de ander. Dit heeft als gevolg dat we eenzamer zijn.

Volgens Noreena Hertz, heeft eenzaamheid een invloed op hoe de wereld ervaren.**

Ik vertaal dat dan naar hoe we de wijk ervaren. We ervaren de buurt als minder vriendelijk en samenhangend.


Wanneer ik het pad op wandel zie ik de man met de hond al mijn in richting wandelen. Hij is erg vroeg vandaag. Ik kijk altijd zo uit naar onze kleine ontmoeting. Wanneer ik even op de bank ga zitten... vandaag had ik me voorgenomen om eerst even te gaan zitten en te observeren voor ik zou dansen... maakt hij een grapje. "Oei, het poppetje moet nog opgedraaid worden?"

Hij doelt hiermee naar het poppetje in een muziekdoosje. Je draait eerst aan de sleutel die de veer opwindt. Daarna doe je het deksel open. Pas dan klinkt de muziek en begint het poppetje in het doosje te dansen.

Ik kan er om lachen.

En zonder dat hij er zich bewust van is, is dit praatje inderdaad de sleutel die dit dansend poppetje opdraait om te kunnen dansen.

Want ik dans telkens veel vrijer en groter wanneer ik de man met de hond gesproken heb.

"Ge zijt zo vroeg vandaag?" werp ik op terwijl ik de hond aai. "Ja, hij kon nimmer wachten." doelend op de hond. En kort gesprek over het eet- en toiletritueel van de hond gaat moeiteloos over op het zondagsritueel van de man. Twee keer wandelen met de hond en dan boodschappen gaan doen in de supermarkt net buiten de wijk. "Commisjesh" Hij zegt het zo mooi.

We praten over mijn zondagsritueel op deze plek en het lijkt wel alsof we voor het eerst over mijn onderzoek praten. Hij reageert enthousiast. "Ja, dan zijn de wintermaanden niet ideaal he. De mensen blijven binnen. In de zomer zult ge wel meer mensen bij elkaar kunnen krijgen."

En hier raakt de man twee essentiële zaken aan. De winter heeft zeker een invloed op mijn onderzoek, maar ook op de wijk. De wijk mist een ruimte waar de bewoners elkaar kunnen ontmoeten, een vrij toegankelijke ruimte.

Zeker in de winter.


Dat tweede punt is iets wat vaak terugkomt tijdens de gesprekken die ik voer met de bewoners van de wijk. En dan maakt het niet uit of ze in de duurste woningen wonen, of in de sociale woningen. De wijk mist een gemeenschappelijke ruimte.

Een ruimte waar men onafhankelijk van zijn socio-economische status bij elkaar kan komen. Een ruimte waar men elkaar kan ontmoeten zonder dat er iets verwacht wordt.

Een ruimte waar niet geconsumeerd hoeft te worden, maar kan geconsumeerd worden aan zeer democratische prijzen. In de zomermaanden kunnen de bewoners elkaar ontmoeten in het park. Een picknick hoeft niet veel geld te kosten. Een buurtvereniging zou ook een buurtfeest met een buffet kunnen organiseren. Maar dit soort initiatieven zijn dan afhankelijk van het seizoen en het weer. Terwijl er net in de wintermaanden meer nood is aan ontmoeting. V. die ik deze week sprak, is een vurige trekker van het buurtcomité dat ze wil opstarten in de wijk. Zij voelt de urgentie om activiteiten te organiseren waarbij alle buurtbewoners betrokken dienen te worden. En ze wil hier Woonhaven ook graag bij betrekken. Maar ook zij geeft aan dat ze niet ziet in welke ruimte dat zou kunnen gebeuren, buiten dan op het plein of in het park in openlucht.


Eerder deze week zat ik samen met de manager van Triple Living, de projectontwikkelaar van de wijk, in het kader van mijn onderzoek. Ik legde deze observatie aan hem voor. Hij antwoordde dat zoiets zou moeten ontstaan vanuit de bewoners. En ik geef hem daarin gelijk. Maar hij beschikt over lege ruimtes, de buurtbewoners niet.

Ik beargumenteerde dat een hechtere sociale cohesie in de buurt ook een meerwaarde zou betekenen voor hun project. En dat als Triple Living echt wil staan voor wijkontwikkeling en een duurzame leefomgeving, dat sociale contacten en menselijke verbindingen ook vanuit duurzaamheid bekeken dienen te worden.

Circuit, de kringloopwinkel aan de zuidrand van de wijk, had deze functie bij de opstart van het project, vertelde hij me. Circuit werd beheerd door Triple Living en zette in op buurtprojecten waar bewoners de kans hadden om elkaar te ontmoeten. Het gemeenschappelijke objectief was een duurzame buurt. Circuit werd eigenlijk opgestart als buurthuis. Later gaf Triple Living de concessie aan de stad Antwerpen en de organisatie achter de Kringwinkels. Sindsdien worden er nauwelijks nog bijeenkomsten georganiseerd.

We bespraken wiens verantwoordelijkheid het is om aan de sociale cohesie in de buurt te werken. En ik legde de mogelijkheden en de kansen van kunsteducatie in het midden. Wat zou kunst en kunsteducatie kunnen betekenen voor de buurt? Hierbij kwamen we op een gedeelde verantwoordelijkheid van de Stad, de bewoners en Triple Living als wijkontwikkelaar. Kunst- en kunsteducatieve initiatieven zouden een verbindende factor kunnen zijn. Hierbij bewandelden we twee pistes. Enerzijds zou Circuit terug een duidelijkere functie als buurthuis dienen op te nemen. Hier zijn ruimtes waar workshops of bijeenkomsten kunnen georganiseerd worden. Maar dan moet de Stad ook gemobiliseerd worden. Want het bestuur van Circuit ligt ook in hun handen. Anderzijds zou Triple Living voor concrete projecten rond kunsteducatie en sociale cohesie wel een ruimte ter beschikking kunnen stellen. Omdat de ruimtes binnen Circuit niet heel toegankelijk zijn voor alle bewoners die minder mobiel zijn. En omdat de ruimtes nogal prijzig zijn en de consumpties ook niet echt low-budget zijn.

En dan zou je jezelf kunnen afvragen, is het zo simpel?

Dit is wat de bewoners en de wijk mij aanreiken aan data. De urgentie aan ontmoeting, de urgentie aan een toegankelijke en veilige ruimte. Hoe die ruimte er dan uitziet? Wat er nodig is in de ruimte?

Dat is een volgende stap.

Mag ik dromen?

ree

Wanneer ik na deze danssessie ook naar de supermarkt ga, zie ik tegen de wand alle lege dozen staan.

Misschien kan ik de bewoners zelf vragen om de ruimte vorm te geven aan de hand van deze dozen en andere materialen? Misschien is dit wel een fijne gezamenlijke activiteit? En ja, ik ben ver uit de buurt van de lichamelijke workshops gedwaald. Want in het begin van het onderzoek dacht ik nog dat ik workshops ging organiseren rond lichamelijkheid. Maar ondertussen is duidelijk dat om zulk werk te kunnen doen, er een veilige en gemeenschappelijke ruimte moet zijn. Waar we met ons allen aanwezig kunnen zijn. Om ons kwetsbaar en eerlijk en oprecht te kunnen voelen en ons te tonen aan elkaar.

Opdat we gemeenschappelijke ervaringen kunnen opdoen waarin we onszelf en de ander herkennen en erkennen.









Bronnen:

en


**

Hertz, N. (2020), De eenzame eeuw, Het herstellen van menselijk contact in een wereld die steeds verder ontrafelt. Spectrum, Amsterdam.


 
 
 

Opmerkingen


Inschrijfformulier

Bedankt voor de inzending!

+32485627236

©2021 door a.w.bruno. Met trots gemaakt met Wix.com

bottom of page