afwezig
- 12 feb 2023
- 3 minuten om te lezen

Het is 6° wanneer ik op mijn gsm kijk naar het weerbericht. Dat is niet heel erg koud, maar wel te koud voor mij, nu. Ik ben ziek. Het is lang geleden. Twee weken geleden schepte ik nog op tegen mijn huisgenoten, die van gesnotter naar gesnotter sukkelden:
“Sinds ik één keer per week in de buitenlucht dans en sinds ik Tai Chi doe, ben ik eigenlijk niet meer ziek geweest.”
Ik was ervan overtuigd dat deze combinatie me redde van alle lelijke virussen die de ronde deden. En al zal er wel iets van aan zijn, vandaag heeft het virus toch gewonnen. Alsof het leven steeds een wedstrijd is. Opscheppen is natuurlijk nooit goed. Het plekje aan de bank in het park zal vandaag niet door mijn voeten worden omgewoeld. De kiezels zullen niet door mijn zolen worden opgepikt om een andere plek te krijgen. De duiven zullen niet over mijn hoofd vliegen. De man met de hond zal niet halthouden om tegen me te spreken. Mevrouw W. zal me niet zien dansen. De wind zal niet gebroken worden door mijn lichaam. Ik ga vandaag niet zorgen voor een moleculaire herschikking. En dat is helemaal oké. Want de kiezels zullen verplaatst worden door zolen. De duiven zullen vliegen. De man met de hond spreekt andere hondeneigenaars aan. Mevrouw W. zal de duiven zien dansen. De wind beukt in op lichamen, bomen en gebouwen. En de moleculen in de lucht zullen vervormen, verplaatsen, ze dansen door de wijk.
De wijk bestaat in mijn afwezigheid. Mijn aanwezigheid is relatief. Wat kan de kunstenaar betekenen voor de sociale cohesie in de wijk? Even veel en even weinig als de bewoners zelf. En die zijn er elke dag.
In mijn onderzoek werd eerder al duidelijk dat kunstenaar zijn ook simpelweg bewoner zijn is. Je bent bewoner te midden van bewoners. Je hebt niet meer rechten of kansen. Je ziet gewoon sneller rechten en kansen door het kunstenaarsperspectief. Een kunstenaar denkt vanuit mogelijkheden, vanuit verbeelding vanuit vermogen en vanuit experiment. De kunstenaar denkt in wat er NOG niet is in plaats van wat er NIET is. Dat is een belangrijk verschil. Ik denk in wat er gemaakt, bedacht, gecreëerd kan worden. Dat dit een wijk en haar bewoners faciliteert in hun wensen is begrijpelijk. Maar deze kracht, dit kunstenaarsperspectief, heb ik ook ervaren bij enkele bewoners zelf. Ik ben daar niet zaligmakend.
Er zijn andere actoren afwezig die heilloos zijn. Stadsdiensten, overheidsdiensten, diensten waar de bewoners terecht kunnen met hun vragen en noden. Ambtenaren die kunnen luisteren, kunnen meedenken en kunnen vormgeven. Beleidsdiensten die vanuit de ervaringen van de bewoners mee durven voelen wat een wijk nodig heeft om de ‘wij’ in de wijk te ervaren. Wijkontwikkelaars die met de bewoners gaan staan, die durven kijken vanuit het standpunt van de huurders van Woonhaven. En niet enkel durven kijken vanuit het standpunt van de eigenaars en huurders van Triple Living. Investeerders in het maatschappelijk belang in plaats van investeerders in het economisch belang. Daar komt het volgens mij op aan. Niet op mijn zondagochtend sessie vandaag. Heb ik hier nu een deel van de conclusie geformuleerd van mijn onderzoek? Mogelijks. Dat valt nog onderzocht te worden. Ik lach. Maar dat ik het mis.
En dat ik hoop dat ik snel weer geniet van de babbeltjes, van het meevliegen met de duiven, het meetrillen met de soepele takken van de jonge populieren, het gaan staan als een gebouw en het zitten en luisteren naar het gefluister van de mensen.
Want wat echt van belang is, dat wordt niet geroepen.






Opmerkingen